Versterker 12: Triode Balansversterker

In versterker 12 worden de schermroosters van de eindbuizen direct met hun bijbehorende anode verbonden. De anodewisselspanning staat nu volledig op de schermroosters. Anode en schermrooster gedragen zich nu als een geheel, en daarom noemt men het een triode instelling. Dit is niet helemaal terecht want tussen het schermrooster en de anode zit nog het “keerrooster” G3. Eigenlijk zou dit rooster ook nog aan de anode en G2 verbonden moeten worden om een “echte” triode te verkrijgen (pin-1 = pin-4 = pin-3). Dit experiment wordt hier niet besproken. Er is nu nog meer locale tegenkoppeling dan in versterker 11. De schakeling staat in onderstaand figuur. Het standaardformulier geeft de belangrijkste details. Klik hier om het te laden. Klik op het schema om het paginavullend te zien.

Het geluidsbeeld van deze versterker wijkt duidelijk af van de versterkers 10 en 11. Nu zijn alle details heel goed hoorbaar, met een extreem grote resolutie. Het ruimtebeeld is groot en loopt diep naar achteren door. Het geluidsbeeld is schoon en onvervormd. Kleuring is nagenoeg afwezig omdat de dempingsfactor opnieuw groter is geworden.
Uit de meetgegevens blijkt dat het uitgangsvermogen gehalveerd is tot 14 Watt. Dit wordt veroorzaakt door het naar rechts schuiven van de Ia-Vak-Vgk karakteristieken van B2 en B3, die er nu uitzien als die van een echte triode. De laagste frequentie bij P-max gaat naar 10 Hz . Dit is logisch, want de kern van de OPT kan 28 Watt aan bij 14 Hz. Magnetisch levert dat in de kern evenveel fluxdichtheid op als 14 Watt bij 10 Hz. De laagste –3dB frequentie verandert niet omdat deze door C3 en C4 bepaald wordt. De hoogste –3dB frequentie daalt; hier wordt later aandacht aan besteed.
Vergelijk tussen de versterkers 10 en 12 laat opnieuw heel goed de invloed van de locale tegenkoppeling op het schermrooster zien. De open lus versterking van de eindbuizen daalt van 190 naar 11,5: dat is een factor 16,5. De uitgangsimpedantie daalt daarom van 53 Ohm naar 53 / 16,5 = 3,2 Ohm. Gemeten is 3,4 Ohm omdat de inwendige weerstanden Rip en Ris van de OPT ook hun bijdrage leveren. Nu wordt het ook duidelijk waarom deze versterker zo schoon klinkt. De hoofdoorzaak is dat de harmonische vervorming van de eindbuizen met dezelfde factor 16,5 afneemt. Een tweede oorzaak is dat de primaire wikkeling laagohmiger aangestuurd wordt. Dat verlaagt ook nog een keer de harmonische vervorming in de uitgangstransformator.

Er zijn een heleboel redenen om versterker 12 als een echte high end versterker te beschouwen. De vervorming is laag, de dempingsfactor is voldoende hoog, er is slechts enkelvoudige locale tegenkoppeling, in- en uitgangssignalen worden niet door tegenkoppeling met elkaar vergeleken, de versterker staat nagenoeg volledig in klasse A waardoor de voeding constant belast wordt, de uitgangsimpedantie is nauwelijks van het uitgangsvermogen afhankelijk waardoor dynamische vervorming door verandering van de dempingsfactor niet optreedt (= DDFD = Dynamic Damping Factor Distortion), enzovoort.


Volgende keer: versterker 13