Versterker 17: Triode Kathodevolger Balansversterker

In versterker 17 is door de triode schakelwijze (schermroosters naar anodes) de helft van het vermogen van de eindbuizen beschikbaar. De kathodes zijn nu op de aftakkingen 2 en 4 van de primaire wikkeling aangesloten. De middenaftakking (3) van de primaire wikkeling is met aarde verbonden. In deze schakeling heeft de stuurtrap B1 net niet voldoende uitgangsspanning om de versterker volledig uit te sturen. Het vermogen is daarom slechts 8 Watt. Klik hier om de specificaties van deze versterker te laden.

Het geluidsbeeld is open en schoon en detailrijk. De basweergave is krachtig en gedetailleerd. Dat komt vooral door de hoge dempingsfactor van deze versterker. Het frequentiebereik is extra uitgebreid in het hoog omdat de kathodes van de eindbuizen nu laagohmig de uitgangstransformator aansturen. Ook speelt bij de stuurroosters de Miller capaciteit geen rol omdat de anodes en de schermroosters met de constante voedingsspanning Vo zijn verbonden.
De optimale primaire impedantie Zcc voor deze versterker is experimenteel bepaald door aan de secundaire zijde op de aansluitingen 1 en 2 een regelbare belasting Zs aan te sluiten en deze zo in te stellen dat het uitgangsvermogen maximaal wordt. Dit houdt in dat bij die test niet de uitgangspanning Vs maximaal moet zijn, maar dat Vs2/Zs maximaal is.
Tussen de primaire aftakkingen 2 en 4 staat bij een uitgangsvermogen van 8 Watt een wisselspanning van 85 Vrms. Per buishelft is dat 42 Vrms en de amplitude van deze wisselspanning op elke kathode is dan 59 V. Om de EL34 eindbuis aan te sturen is tussen het stuurrooster en de kathode ook nog een wisselspanning met ongeveer 30 V amplitude nodig. Dit betekent dat de stuurbuis B1 een wisselspanning van 59 + 30 = 89 V amplitude moet leveren. Deze grote wisselspanning is echt de grens van de uitsturingsruimte van B1. Meer kan niet en daarom worden de eindbuizen niet tot hun maximum vermogen uitgestuurd. De versterker kan hierop aangepast worden door het principe van bootstrapping rondom B1 toe te passen. Dat valt echter buiten het bestek van deze inleidende verkenning; ik laat dat aan de zelfbouwer over.
Het is interessant om nu te berekenen hoe groot de uitgangsimpedantie van de eindbuizen is als ze als kathodevolger zijn geschakeld. Aan de secundaire zijde is de uitgangsimpedantie 1,5 ohm. Primair wordt dit een factor 900/4 groter. Dus elke eindbuis gedraagt zich als een spanningsbron met uitgangsimpedantie van 169 Ohm.
Versterker 17 heeft de potentie om zich te ontwikkelen tot een high end versterker. Zoals gezegd moet er dan nog extra aandacht besteed worden aan de stuurtrap.
Voor gitaar vind ik hem minder geschikt; hij is te schoon


Volgende keer: versterker 18