Versterkers 7-8-9: SE versterkers met ruststroom
compensatie en kathode tegenkoppeling

Opnieuw wordt in de versterkers 7-8-9 door B3 de ruststroom in de uitgangstransformator gecompenseerd. De secundaire wikkeling wordt aan de kathode van B2 gekoppeld, waardoor er extra tegenkoppeling plaatsvindt. Dit heeft nog al wat consequenties die verderop besproken worden. Zie het schema voor de details, de specificaties staan in form-7-8-9 (klik hier).

Als we het uitgangsvermogen vergelijken met versterkers 4 en 5 en 6, dan valt op dat het nu groter is. De oorzaak moet de extra kathode tegenkoppeling zijn. Deze zorgt er voor dat de inwendige weerstand van B2 drastisch omlaag gaat. In B3 gebeurt niks extra's en deze houdt zijn hoge inwendige weerstand. Daardoor belast B3 de uitgangstransformator nauwelijks. Ook hier geldt dat het toevoegen van een extra kathode weerstand in B3 het maximale uitgangsvermogen nog meer zal verhogen omdat zijn inwendige weerstand extra zal stijgen.
Omdat de primaire helften de ongelijke inwendige weerstanden van B2 en B3 zien, wordt ook hier de rimpelspanning van de voeding niet effectief onderdrukt. Toevoeging van een extra smoorspoel en afvlak condensator in de hoogspanningsvoeding is daarom in deze versterkers ook verstandig.
De optimale waarde van Za ligt opnieuw in de buurt van 4 kOhm (8 Ohm luidspreker tussen de secundaire aansluitingen 1 en 2) bij de hier gebruikte hoogspanning van 370 V. Ik laat deze experimenten en fijnafstemming aan de zelfbouwer over.
In deze versterkers is heel goed te zien hoeveel invloed de kathode tegenkoppeling heeft. De effectieve uitgangsimpedantie wordt drastisch lager (evenals de effectieve versterkingsfactor). Dit betekent ook dat de harmonische vervorming door deze locale tegenkoppeling extra wordt onderdrukt. De lineariteit van de versterker neemt toe en de weergave wordt schoner en meer doortekend; details treden duidelijker op de voorgrond.
Als de versterkers tot maximaal vermogen worden uitgestuurd probeert de grote locale tegenkoppeling de lineariteit van de versterker te handhaven, zelfs bij oversturen. Dit zorgt er voor dat deze versterkers hard (plat dakje) in de oversturing gaan en dat is hoorbaar. Bij luide transiënten wordt het klankkarakter kil.
Al met al vind ik persoonlijk dat de maximale grens van locale tegenkoppeling hier echt bereikt is; iets minder tegenkoppeling zou de versterker wat vriendelijker laten klinken. Dit kan bereikt wordt door in plaats van secundair pen 2 nu de aansluiting pen 4 (wit) te aarden en de kathode van B2 op pen 3 (grijs) aan te sluiten. Hierdoor wordt een kleiner deel van de secundaire wikkeling gebruikt en wordt de kathode tegenkoppeling geringer.


Volgende keer: DE MATRIX