Deel 3: Het Universele Systeem (1e deel)

van Het Vanderveen Project

In een buis loopt de stroom van anode naar kathode. Het stuurrooster regelt hoe groot deze stroom is, maar blijft zelf stroomloos. Wanneer we vermogen uit de buis willen halen, dan moeten we de uitgangstransformator plaatsen waar de stroom loopt, dus bij de anode of de kathode of een combinatie van beide.

Als we één eindbuis gebruiken (single ended), dan loopt er een permanente ruststroom door de primaire van de uitgangstransformator die de kern zal verzadigen. Om dit op te vangen moet de trafokern een spleet hebben, of er moet compensatie met een extra wikkeling plus stroombron plaatsvinden, of de ruststroom moet door een extra smoorspoel lopen terwijl de uitgangstransformator via een condensator aan de buis gekoppeld wordt.
Werken we met twee eindbuizen in balans (push pull), dan compenseren de twee ruststromen elkaar in de primaire wikkeling. De trafokern hoeft dus geen spleet te hebben. De schakelmogelijkheden zijn dan de basis-balansschakeling of parallel balans (zoals de Circlotron of de PPP-schakeling met twee gescheiden voedingen).
 

Meer nieuws volgt spoedig!